Van borstvoeding naar flesvoeding: voorzichtig afbouwen

Op een gegeven moment moet of wil je overschakelen van borstvoeding op flesvoeding. Stapsgewijs afbouwen van borstvoeding is gunstig voor moeder en baby! Volg onze tips om van borstvoeding op flesvoeding over te schakelen:


borstvoeding

Voorzichtig afbouwen

Wanneer je stopt met borstvoeding, zal je lichaam zich geleidelijk moeten aanpassen aan steeds minder melkproductie. Door het aantal voedingen te verminderen, krijgen je borsten het signaal dat de behoefte aan melk daalt. Het aantal melk producerende cellen zal dan beetje bij beetje afnemen.

Veel moeders schakelen van borstvoeding over op flesvoeding wanneer ze weer aan het werk moeten na hun moederschapsrust. Maar wees je ervan bewust dat terug beginnen met werken niet synoniem hoeft te zijn aan stoppen met borstvoeding. Je kan er bijvoorbeeld voor kiezen om melk af te kolven op je werkplek.

Sommige moeders blijven een ochtend- en een avondvoeding aanbieden, opdat ze zich minder schuldig zouden voelen omdat ze hun baby bij een kinderdagverblijf of een onthaalmoeder achterlaten of omdat ze op deze manier hun nauwe fysieke band met hun kind willen behouden.

Wil je toch definitief stoppen met borstvoeding, begin dan op tijd, zodat je langzaam kan afbouwen voor je weer moet beginnen werken, zo vermijd je dat jij en je baby te veel veranderingen tegelijkertijd moeten verwerken.

Het is in ieder geval essentieel om je gevoelens onder woorden te brengen. Zelfs als je baby klein is, vertel je hem best hoe jij je voelt. En dat je hem tot nu toe met jouw melk gevoed hebt, en dat nu opvolg- of groeimelk het overneemt. Maar ook dat papa hem nu een flesje kan geven!

Afbouwen in de praktijk

Om je baby, maar ook je borsten, rustig te laten wennen aan de afname van de melkproductie, kan je best stapsgewijs afbouwen. Volledig afbouwen duurt ongeveer 4 weken.

Het is aanbevolen om de ‘minst geliefde’ voeding van de dag weg te laten. Beetje bij beetje zullen je borsten daaraan wennen. Als je, na ongeveer 3 dagen, geen stuwing meer voelt, kan je een andere voeding vervangen door een fles melk, aangepast aan de leeftijd en voedingsbehoeften van je kindje. Als je baby minder dan 6 maanden oud is, geef hem een eersteleeftijdsmelk. Is je kindje tussen de 6 en 12 maanden oud, geef dan opvolgmelk. Na 12 maanden geef je groeimelk.

Geleidelijk aan vervang je zoveel voedingen als je wil, maar let erop dat je niet meteen twee opeenvolgende voedingen elimineert. Aangezien ochtend- en avondvoedingen vaak de favoriete voedingen van baby's zijn, bouw je deze pas als laatste af. Maar je kan ze natuurlijk ook gewoon blijven geven, als je weer aan het werk gaat.

Van borstvoeding naar flesvoeding in een paar tips

Het is mogelijk dat je baby de fles eerst wegduwt. Die nieuwe textuur, de afstand tot zijn moeder, je baby is er nog niet aan gewend…

  • Dring niet aan of dwing je baby niet om een flesje te drinken, maar probeer het binnen enkele uren nog eens opnieuw.
  • Als je baby de aangeboden fles opnieuw weigert, stel de overgang dan een paar dagen uit en verkort in tussentijd de duur van elke voeding.
  • Als je baby blijft weigeren, laat dan de papa of iemand anders het eens proberen. Blijf niet in de buurt en maak van de gelegenheid gebruik om eens een lekker bad te nemen.
  • Gebruik flesjes met rubberen of siliconen spenen; die lijken qua textuur en vorm beter op tepels.
  • Blijf je kind geruststellen en knuffelen. Je baby moet weten dat je hem even graag ziet, of hij nu aan de borst of aan de fles drinkt.

Ontspan je in deze periode zoveel mogelijk. Als je gespannen en gestrest bent, voelt je baby dat en kan hij beginnen flesjes weigeren. Het proces verloopt veel vlotter wanneer je je baby geruststelt.