Een beetje erfelijkheidsleer


Een beetje erfelijkheidsleer

De chromosomen

Het wonder van het leven begint als een zaadcel van de vader met een eicel van de moeder versmelt en 1 cel met een unieke genetische blauwdruk vormt. Deze cel, de zygote, blijft zich dan herhaaldelijk delen, tot uiteindelijk een nieuw en uniek menselijk wezen wordt gevormd.

Om te kunnen uitgroeien tot een menselijk wezen, moeten de geslachtscellen beschikken over bepaalde informatie, over erfelijke kenmerken (lengte, morfologie, kleur van de ogen, van de huid, het haar, het geslacht,...) De cel is de kleinste eenheid waaruit een lichaam is opgebouwd en bestaat uit een celkern en het cytoplasma (celvocht).

De kern van de cel (DNA) bestaat uit een stof die chromatine wordt genoemd en op het moment dat de cel zich deelt, deelt ook de chromatine zich op in chromosomen.

  • Elk chromosoom bevat duizenden genen (erfelijke boodschappen).
  • Elk cel beschikt over 46 chromosomen of 23 paren. Een van die paren bepaalt het geslacht.
  • De 2 chromosomen van ieder paar zijn exact even groot behalve bij het paar geslachtschromosomen. De X-chromosoom is de grootste van de twee. De Y-chromosoom is kleiner.
  • De man beschikt over 22 paren identieke chromosomen en een paar geslachtschromosomen XY (die niet even groot zijn).
  • De vrouw beschikt over 22 paren identieke chromosomen en een paar geslachtschromosomen XX (die even groot zijn).
  • In uitzonderlijke gevallen komen er ook mannen voor met een geslachtschromosoom XX en vrouwen met een geslachtschromosoom XY.

Het bepalen van het geslacht van je baby

De man is degene die het geslacht van de baby bepaalt. Van elk chromosoom hebben wij er 2, dus ieder chromosoom bestaat uit een paar van 2. Behalve bij de eicel en de zaadcel, die hebben van ieder chromosoom maar 1 deel. Na de bevruchting, als de eicel en zaadcel samensmelten, ontstaat er dan een nieuwe cel die weer van ieder chromosoom 2 delen heeft.

  • De eicel heeft altijd 22 chromosomen + 1 X-chromosoom
  • De zaadcel heeft altijd 22 chromosomen + 1 X-chromosoom OF

22 chromosomen + 1 Y-chromosoom.

Bijgevolg zal het geslacht van de baby afhangen van de geslachtschromosoom van de zaadcel die de eicel zal bevruchten.

  • Als het een zaadcel is met een X-chromosoom, dan is het een meisje.
  • Als het een zaadcel is met een Y-chromosoom, dan is het een jongen.

Bij de samensmelting van de eicel en de zaadcel ontstaat er dus een nieuwe cel met 46 chromosomen en zo ontstaat er tegelijkertijd nieuw leven.