Ademhalingsoefeningen


Ademhalingsoefeningen

Ademhalingsoefeningen zijn zeer nuttig omdat een goede zuurstoftoevoer het werk van de baarmoeder vergemakkelijkt en versnelt.

Deze ademhalingsoefeningen zullen je tijdens de bevalling goed van pas komen bij de ontsluiting van de baarmoederhals en bij de uitdrijving van de baby.

Wat is het principe?

Tijdens de ademhalingsoefeningen beweegt het middenrif, de spier die de scheiding vormt tussen de buik en de borstkas. Als je inademt, daalt het middenrif en oefent het drukt uit op de baarmoeder. Als je uitademt, komt het middenrif terug naar boven waardoor de lucht die in de longen opgestapeld zit, wordt geëvacueerd.

De borstademhaling:

De borstademhaling leert je hoe je goed kan ademen zonder druk uit te oefenen op het middenrif. Zoals de benaming het al zegt, is het bij deze techniek vooral de borstkas die werkt.

Voor je de oefening begint, is het belangrijk om je longen leeg te maken door goed uit te ademen. Adem dan in en blaas je borstkas als het ware op. Adem daarna langzaam uit. De buik blijft ondertussen soepel, de buikspieren blijven ontspannen.

Maak dus goed het onderscheid tussen borst-en buikademhaling want het is vooral de borstademhaling die je nodig zal krijgen tijdens de bevalling.

De geblokkeerde ademhaling:

De geblokkeerde ademhaling zal je helpen bij het persen. Deze techniek houdt in dat je eerst volledig inademt, dat je je adem dan 5 seconden blokkeert en dat je de lucht via de mond terug uitademt. Als je deze oefening regelmatig doet, zal je snel merken dat je je ademhaling al snel 30 seconden kan blokkeren. Tijdens deze geblokkeerde ademhaling duwt het middenrif op de baarmoeder en bijgevolg helpt dit de baby tijdens de bevalling.

De oppervlakkige ademhaling :

De oppervlakkige ademhaling kan je helpen bij de hevige weeën op het moment van de ontsluiting. De bedoeling is dat je licht, snel en ritmisch ademt zonder geluid. Het is het bovenste deel van de borstkas dat hier moet bewegen. De buik moet bijna immobiel blijven.

De 'hijgende' ademhaling:

Deze techniek zal nuttig zijn op het moment dat je de nood zal voelen om te persen terwijl het nog niet mag. Dat zal je hoogstwaarschijnlijk voelen aan het einde van de ontsluiting en aan het einde van de uitdrijving. Met halfopen mond adem je in en uit. Het ademhalingsritme moet dan versnellen en je zou dan 1 keer per seconde moeten in-en uitademen.

De volledige ademhaling:

De volledige ademhaling is de combinatie van de borst- en de buikademhaling. De bedoeling is dat je inademt en zo je borstkas zowel als je buik opblaast. Daarna adem je uit en trek je je buik samen.