Bloedafname


Bloedafname

- Tijdens je zwangerschap neemt je arts herhaaldelijk bloed af. De redenen hiervoor zijn talrijk: bij de eerste bloedafname controleert de arts je bloedformule (rode bloedlichamen, witte bloedlichamen, bloedplaatjes), je bloedgroep en de rhesusfactor. Verder zoekt hij verschillende ziekten die je aan je baby kan overdragen zoals hepatitis B, genitale herpes, chlamydia, syfilis of AIDS.

  • Je immuniteit wordt regelmatig gecontroleerd indien je niet immuun bent voor toxoplasmose of het cytomegalovirus (CMV). In principe zijn volwassen vrouwen beschermd tegen rodehond omwille van de systematische inenting in de kinderjaren, maar bij het begin van de zwangerschap wordt de aanwezigheid van antilichamen toch gecontroleerd.
  • Het suikergehalte wordt gecontroleerd om eventuele diabetes op te sporen.
  • Rond de 15de week van je zwangerschap (en indien je jonger bent dan 35 jaar) wordt een bloedtest (tri-test) uitgevoerd waarmee men probeert de theoretische kans op een kind met trisomie 21 (mongolisme) of met een neurologische misvorming te bepalen. Bij abnormale test raadt men de ouders aan om een vruchtwaterpunctie uit te voeren. De tri-test schat gewoon een risicofactor in, d.w.z. dat hij wijst op de kans een kind te krijgen met een misvorming of een trisomie 21. Het kan dus zijn dat een vrouw een normale vruchtwaterpunctie heeft met een abnormale tri-test of dat een pasgeborene trisomisch is, terwijl de tri-test "normale" waarden gaf. Er bestaan andere, bijkomende middelen om trisomische foetussen te ontdekken, waaronder de echografie, maar deze methode is evenmin 100% betrouwbaar.