Als je nu niet stopt, dan...

Dreigen... We doen het allemaal wel eens, maar is het ook nodig?


Als je nu niet stopt, dan...

'Als ik nu niet daarmee spelen mag, ben je mijn vriendin niet meer', hoor ik mijn oudste kleuter tegen haar jongere zusje zeggen. Ik wil ertussen komen, maar bedenk me dan dat dat dreigen eigenlijk kopieergedrag is. En dat ik me er ook schuldig aan maak!

Je hoort het jezelf ook wel eens zeggen: "Als je nog één keer...dan...." is dát het moment om even  kalm te worden. Dreigen veroorzaakt voor een kind heel veel angst en woorden, maar weinig leiding. Kinderen zijn over het algemeen gelukkiger als ze iemand hebben die hen zelfverzekerd begeleidt zonder van streek te raken. Als jij begint te dreigen, verlies je eigenlijk je positie, je stabiliteit, je zekerheid.

Veel dreigementen zijn onrealistisch. Het wordt erg moeilijk of onmogelijk om ze uit te voeren. Straffen is ook niet effectief op de lange termijn. ‘We weten dat kinderen die veel gestraft worden een verminderde gewetensontwikkeling laten zien’, zeggen wetenschappers. ‘Ze passen hun gedrag niet aan omdat ze die ander geen pijn willen doen, maar omdat ze geen straf willen. Ze zullen ongewenst gedrag alsnog vertonen wanneer de strafgever er niet is.’

Helaas zijn we in het heetst van de strijd vaak zó boos dat we een veel te zware sanctie opleggen waar door het kind, of door de  partner of onszelf later weer aan geknabbeld wordt. En dát onthoudt een kind; " Mama houdt zich toch niet aan haar woord". Dreigen met dingen die je misschien niet uitvoert heeft weinig zin. Kinderen begrijpen niet waarom iets niet mag en beseffen dat vele dreigementen loos zijn.

Kan je het dreigen niet laten, geef je kind dan drie waarschuwingen voordat je een straf voor zijn gedrag doorvoert. De meeste kinderen zullen stoppen bij een of twee waarschuwingen.